vrijdag 7 november 2025

Schuur

Papa woont het langste in ons huis. Daarna mama. Daarna John. Dan ik, dan Bart en dan Sanne. Ik zal uitleggen hoe dat zit. Want kijk. Papa is geboren in ons huis. Ja echt. Daar denken we eigenlijk nooit zo bij na, maar papa was in dit huis heel vroeger ook een jong kind, net zoals wij. Ik heb het even gevraagd aan mama. Zij zegt dat ons gebouwd is in het jaar 1929. Dat was nog lang voordat de Tweede Wereldoorlog kwam. Opa en oma gingen trouwen en toen gingen ze in dit grote huis wonen. Dat hoort bij de tuin. Want als je over de brug naar de tuin loopt, dan ben je al in de tuin. De tuin, zo noemen wij dat. Er staan kassen en er zijn ook moestuintjes. Wij spelen daar graag. 

Papa heeft zussen en een broer en zij komen graag bij ons. Want dan kunnen ze ook herinneringen ophalen aan het huis waar zij vroeger gewoond hebben. Het lijkt net alsof mama hier ook altijd gewoond heeft, want ze hoort gewoon in dit huis. Want er komen zo'n beetje elke dag wel mensen op bezoek. Dat komt door mama. Want zij zorgt voor al die mensen. Het is haar nooit te veel. Dan zegt ze joh, eet gezellig mee, ik zet wel een bord extra voor je neer, er is genoeg. Dus iedereen vindt het gezellig om even langs te komen en een praatje te maken. En als ze me in de weg zitten met spelen, dan ga ik gewoon naar de zolder. Dus daarom ben ik vaak op zolder.

Wij hebben een serre, met een trapje naar de gang. Mama zegt dan weleens dat we daarom 'op stand' leven: omdat je eerst dat trapje op moet voordat je naar binnen gaat. De serre grenst aan het schuurtje, en daar is de waterpomp. Daar haalt mama het water voor de planten in de voortuin en de achtertuin. Ik heb ook nog een oude deur ontdekt in het schuurtje. Die deur is roestig en zit onder de spinnenwebben. Via die deur kom je in de andere schuur. Daar woonden vroeger Marokkanen, die bij papa in de tuin werkten. Nu mogen we die schuur gebruiken als clubhuis. 

Laatst ging ik met Sabine naar de zolder van die schuur. Daar liggen allemaal spullen van de tuin, en het is er heel donker. Er is een kamertje gebouwd. Dat was dus vroeger voor de Marokkaanse mannen. Een soort slaapkamertje. Sabine en ik gingen door het sleutelgat kijken. Dat was echt heel spannend. Er hangt een colbertjasje aan de muur, en we zagen ook nog wat plaatjes aan de muur, met afbeeldingen uit Marokko. Mogen we daar wel kijken? Moet ik papa dan zeggen dat de mannen hun spullen vergeten zijn? Of weten ze dat ook wel? 

Het is ook wel een beetje ons geheim, dat we door het sleutelgat gekeken hebben. De benedenverdieping van de schuur kennen we wel. Want daar hebben we dus ons clubhuis. Er is een piepklein woonkamertje met een piepklein raampje en een granieten aanrecht en zelfs een douche. Dan is er nog een klein halletje met allemaal oude spullen uit de tuin en gereedschap. Boven liggen ook allemaal oude spullen en daar is dus ook dat kamertje. Ik ben heel graag bij oude spullen. Ik weet ook niet precies waarom dat zo is. Vooral als ik niet weet wat voor spullen het zijn. Dan ga ik dat allemaal uitzoeken en netjes neerleggen en schoonmaken. En dan komen er allemaal verhalen in mijn hoofd, over die spullen. 

Eigenlijk vertelt mijn hoofd elke dag weer nieuwe verhalen. Ik kan het amper bijhouden. Mama zegt dat dat 'ideëen' zijn. Ze zegt dat Maud, Sabine en ik de allerbeste vriendinnen zijn, omdat we elke dag weer nieuwe ideëen en plannetjes hebben. Dat hebben we een beetje hetzelfde, zegt mama. Dat klopt wel, wat mama zegt. En ze vindt het zo leuk dat wij dat hebben. We weten vaak niet wat we moeten kiezen en we willen dan alles tegelijk. 

Zoals bijvoorbeeld: zangeresje spelen, boerinnetje spelen, tekenen, iets maken dat in Libelle staat, balspelen, hutten bouwen. Nou. En ga zo maar door! 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten