zaterdag 25 oktober 2025

Liedje

Elke doordeweekse dag - als we met zijn drietjes uit school lopen - bespreken we bij wie we gaan spelen. Dat is meestal snel besloten. Er is ook nooit gedoe over. Onze school gaat om 4 uur uit. Wij vinden het altijd leuk op school. Alle vakken vinden we leuk. Oké, soms wel wat saai, maar het is gewoon fijn dat je er elke dag weer iets bij leert. Vandaag gaan we bij Maud spelen. Het regent buiten, dus we gaan binnen spelen. 

Het is druk in de winkel. Ome Joop en tante Helena rennen steeds heen en weer, van de woonkamer naar de winkel. Dat moet ik even uitleggen, hoe dat zit. Kijk... de vader van Sabine en de vader van mij zijn allebei tuinder van beroep. Ze hebben hele grote kassen op de laan, en daar telen ze chrysanten in. Papa zegt dat er vroeger een sloot was, waar de laan nu is. Die sloot is gedempt en nu is er de laan. Daar liepen wij vroeger met onze poppenwagens. Dan gingen we helemaal tot achter aan de laan en toen weer terug. Maar daar zijn we nu te groot voor. Alhoewel: we spelen nog steeds wel met poppen hoor!

Maar goed, ik was dus aan het vertellen over onze vaders. De vader van Maud is geen tuinder. Hij is drogist. Dat is wel even wat anders dan tuinder! Tante Helena werkt ook in de winkel van ome Joop. Ze dragen dan allebei een witte winkeljas. Ik vind het knap, hoe tante Helena die witte jassen zo wit kan houden in de was. Zelf draag ik nooit wit, want ik mors heel gauw iets op mijn kleren. Dan kun je beter geen wit dragen. Nou ja, zo zit het dus. 

Vandaag is het dus druk in de drogisterij. Ze hebben een deur van de woonkamer zo direct naar de winkel. Dat is wel handig. Zo kan tante Helena toch nog een beetje bij ons in de buurt zijn, als wij lekker aan het spelen zijn en als het niet zo druk in de winkel is. 

Op de radio horen wij het liedje van Conny van den Bos, met de titel: 'Ik ben gelukkig zonder jou.' Daar heb ik steeds discussie over met Maud en Sabine. Want ik weet echt zeker dat Conny zingt: "Ik ben ongelukkig zonder jou." Maar Maud en Sabine zeggen dat dat helemaal niet waar is. 

"Je hoort toch heel goed dat ze zingt dat ze gelukkig is zonder hem? Je hoort helemaal niet dat ze ongelukkig is zonder hem. Ze is blij dat ze van hem af is. Dat zingt ze!"

"Ja, misschien hebben jullie wel gelijk. Maar toch denk ik dat ze zingt dat ze ongelukkig is, zonder hem."

"Nee hoor, dat is niet waar. Dat hoor je toch helemaal niet?"

Diep in mijn hart weet ik ook wel dat ze gelijk hebben. En ik snap zelf ook niet waarom ik denk dat ze 'ongelukkig' zingt, in plaats van 'gelukkig'. 

Mijn vriendinnen blijven voet bij stuk houden en ik baal ervan dat we nu 'ruzie' hebben om een liedje van Conny Van den Bos, die zingt dat ze blij is dat ze van haar man verlost is. Ik houd niet van ruzie en ik doe er altijd alles aan om geen ruzie te hebben. En dat lukt heel goed, want niemand maakt ruzie met mij, wat ik ook doe of zeg, iedereen vindt mij lief, en dat moet ook, want ik zou het vreselijk vinden als ik niet lief zou zijn. 

Maud en Sabine blijven volhouden dat ik het fout heb. Dan komt tante Helena binnen. Ze moet er wel om lachen dat wij zo kibbelen. Maud vraagt aan haar moeder of zij ook vindt dat zij gelijk hebben, en niet ik. Ze vraagt of Conny 'gelukkig' zingt, of dat ze 'ongelukkig' zingt. 

Glimlachend zegt tante Helena een paar wijze woorden: 

"Ja, Conny zingt 'gelukkig' en ze zingt niet 'ongelukkig'. Maar misschien is het ook wel zo dat Jennifer het zich gewoon niet kan voorstellen dat iemand gelukkig is, omdat ze niet meer van de ander houdt. En dat ze daarom andere dingen in het liedje hoort." 

Ik vind het zo fijn dat tante Helena mij zo goed begrijpt. Want ze heeft wel gelijk. Ik snap ten eerste niet dat je niet meer van iemand kunt houden waar je mee getrouwd bent geweest. Je kan niet heel veel van iemand houden en dan plotseling niet meer. Dat geloof ik nooit. En ten tweede geloof ik ook niet dat je gelukkig bent omdat je niet meer van die persoon houdt. 

Ik zeg het allemaal wel een beetje moeilijk, maar ik bedoel eigenlijk dit: niet meer van iemand houden, dat maakt een mens ongelukkig. Want dan voel je geen liefde meer. En dat is erg. 

Vrolijk

Alle verhalen die ik vertel zijn vrolijk. Dat komt omdat ik zo'n beetje altijd vrolijk ben. Ja, ik ben ook wel bang voor veel dingen hoor. Maar er zijn altijd wel weer mensen die mij helpen. Ik weet eigenlijk ook niet zo goed waarom ik gauw bang ben. Mama zegt dat ik gewoon zo ben. En dat dat niet erg is. 

Ik ben bang voor honden. Sommige kinderen zijn alleen bang voor grote honden. Ik ben bang voor alle honden. Dat is best gek. Want ik vind honden ook weer heel leuk. Maar ze moeten wel een beetje op afstand blijven. Maud is een echte dierenvriend. Heel vroeger kreeg ze een poes cadeau, en zij noemde hem Jantje. Grappige naam: Jantje. Als we uit school komen en bij Maud gaan spelen, dan gaan we eerst een hele tijd met Jantje knuffelen. Ik vind dat op zich wel leuk, maar ik vind dat ook wel te lang duren. Als ik wil gaan spelen, dan zijn Maud en Sabine nog met Jantje aan het knuffelen. Sabine, dat is mijn andere vriendin. Wij zijn bijna altijd met zijn drieën.

Ik ben ook bang voor grote jongens die boos doen. Maar ik kan niet echt boos terug doen, dus dan loop ik maar weg. Het meest bang ben ik voor schoolzwemmen. Vooral naar de bodem zwemmen. Dat vind ik echt heel eng. Ik snap ook echt niet waarom ik zo bang voor zwemmen ben, en veel moet huilen. Ik heb dat alleen in het zwembad. Want als ik in de zee zwem, vind ik het helemaal niet eng. Dat vind ik juist geweldig, met al die hoge golven.

Ik moet ook wel vaak zomaar huilen. Dat snap ik niet van mezelf. Dan gebeurt er iets kleins en ga ik in één keer heel hard huilen. Het duurt een hele tijd, voordat het weer ophoudt. Het lijkt net alsof er bij mij ergens op een knopje wordt gedrukt en dat dan de 'huilmachine' aan wordt gezet, zonder dat ik het zelf in de gaten heb. Dat is natuurlijk irritant voor andere mensen. Maar ik snap er zelf ook niks van. En ik snap ook niet waarom het zo lang moet duren. Dan noemen andere kinderen mij een aanstelster. Later denk ik ook nou ja, dat je daar nou om moet huilen. Dat snap ik zelf ook niet. Maar toch gebeurt het iedere keer weer.

Maar dat is eigenlijk ook het enige, wat lastig is. Want voor de rest maak ik elke dag hele leuke dingen mee. En anderen worden gelukkig ook nooit boos op mij, door dat vele huilen van mij. Want ze vinden mij allemaal heel lief, dus dat is wel fijn. 

Nou ja, er is misschien toch nog wel een dingetje. Want ik durf heel vaak niet te zeggen wat ik wil. Dus dan doe ik dingen tegen mijn zin. Bijvoorbeeld bij iemand spelen waar ik helemaal geen zin in heb. Of dat ik altijd maar andere kinderen om mij heen heb. Terwijl ik ook wel een keertje in mijn eentje wil zijn, en bijvoorbeeld een patroontje borduren dat in het tijdschrift Libelle staat.

Mama leest Libelle. Dat is een blad voor de moderne vrouw. Mama is een moderne vrouw. Ze ziet er mooi uit en ze kan goed kleding maken. Ze had eigenlijk kleermaker moeten worden. En ze zit in het Oudercomité van de school en ze doet ook nog eens alles in het huishouden, voor de kinderen en werken bij papa in de tuin. Mama is een duizendpoot. Ik wil later ook zo worden, zoals mama. Maar zij is beter dan ik. 

Voorwoord

Dit is een boek voor kinderen, die graag willen weten hoe het was om op te groeien in de jaren 70. Het boek is gebaseerd op mijn eigen jeugdherinneringen, en in verhaalvorm opgeschreven. Zo lijkt het net alsof de verhalen zich afspelen in de huidige tijd. 

Sinds de jaren 70 is er enorm veel veranderd in de maatschappij. Maar de belevingswereld van een kind is mijns inziens niet aan tijd gebonden. Door mijn werk in de kinderopvang heb ik het voorrecht om dagelijks herinnerd te worden aan mijn eigen kindertijd. 

Als leidster in de kinderopvang bekijk je de wereld door de ogen van een kind. Dat gebeurt spelenderwijs, om je zo goed mogelijk af te stemmen op de belevingswereld van het kind. Hiermee komen je 'eigen verhalen van vroeger' weer naar boven. 

Tijdens een logeerweekend bij mijn dochter Amber - in Maastricht - heb ik herinneringen opgehaald aan heel vroeger. Dat was samen met mijn jeugdvriendin. Er ontstond een correspondentie, naar aanleiding van dit logeerweekend. Vervolgens besloot ik om deze herinneringen te verwerken in verhalen, speciaal bedoeld voor kinderen. Ik heb de verhalen zodanig opgeschreven, dat het lijkt alsof de hoofdpersoon Jennifer rechtstreeks met de lezer praat. 

Dit boekje is bedoeld voor kinderen, maar ook voor volwassenen. Het is bedoeld om te lezen en/of om voor te lezen. Het is ook leuk voor opa's en oma's, om het gesprek aan te gaan met hun kleinkinderen, over hun eigen jeugd in de jaren 70.  

Ik wens jullie veel leesplezier!

Ester 

Proloog

Het kan irritant zijn als de telefoon in de gang hangt. Want dan kan iedereen in huis horen wat je allemaal zegt tegen de persoon aan de andere kant van de lijn. Toen wij heel klein waren, lagen we altijd vroeg op bed. Mama vertelt dat wij weleens wakker werden, omdat papa dan te hard aan het praten was, als hij met iemand telefoneerde. We hadden toen een zwarte bakelieten telefoon in de gang hangen. 


Papa is tuinder, en moet vaak belangrijke dingen regelen als hij in huis is. Dus dan praat hij ook weleens hard. 

Het was wel een hele vooruitgang, toen we een nieuwe telefoon kregen. Die is grijs en die staat nu gewoon in de woonkamer. Mijn vriendinnen heten Maud en Sabine. Als ik één van hun wil bellen, dan kies ik met de draaischijf de vier cijfers van hun telefoonnummer. Een telefoonnummer van vier cijfers is wel makkelijk te onthouden.

Vandaag verwacht ik een telefoontje van Maud. Mama heeft gezegd dat ze mij zou bellen. Ja, nu gaat de telefoon. Mama neemt op. Aan de andere kant van de lijn vraagt Maud of Jennifer ook thuis is. Dat ben ik dus: Jennifer.  

"Ja hoor, een momentje. Ik roep haar even."

Bij ons thuis zeggen we altijd 'een momentje', als we iemand moeten roepen om aan de telefoon te komen. Bij Maud thuis zeggen ze 'een ogenblikje'. Dat is ongeveer hetzelfde als 'een momentje´, maar het klinkt een stuk netter. Ik vind het altijd leuk als Maud dat zegt. Maar het zou wel een beetje raar zijn, als ik ineens ook 'ogenblikje' zou zeggen. 

Ik loop gauw naar de telefoon, want ik ben benieuwd wat Maud te melden heeft. Ze klinkt blij, aan de andere kant van de lijn. 

"Hoi Jennifer, heeft je moeder al verteld over de vakantie?"

"Nee, ik weet nog nergens van."

"Nou, het is echt heel leuk. Want je weet toch nog wel dat wij vorig jaar naar Drenthe op vakantie zijn geweest?"

"Ja, dat vonden jullie zo leuk. Dat was toch bij dat meer met die mooie naam? Dat je zei dat je er ook een keertje met mij naartoe wilde?"

"Ja precies. Nou. Jij gaat deze zomer ook naar dat meer!"

"Echt waar? Mag ik met jullie mee op vakantie?"

"Niet alleen jij. Het hele gezin! Jouw ouders, mijn ouders en alle kinderen." 

"Echt!? Waarom heeft mama dat dan nog niet verteld?"

"Omdat ze het leuk vond als ik het aan jou zou vertellen."

"Gaan we dan meteen naar dat meer?"

"Ja, natuurlijk. En we gaan ook fietsen huren. Want papa zegt dat je in Drenthe mooi kan fietsen. Bij ons in het Westland is alles volgebouwd met kassen. Dat heb je in Drenthe helemaal niet. Daar zijn weilanden met koeien en korenvelden en heidegebieden."

"Nou, dat wil ik weleens zien. Maar ik wil eerst naar dat meer. Hoe heette dat ook alweer? Zoals de hemel, zo mooi. Dat vertelde jij. Zo mooi als de hemel."

"Ja precies. Dat meer heet 'Het Nije Himmelriek'. Dat zegt mama. Maar je moet wel een beeldje meenemen."

"Een beeldje?"

"Ja. Kies het mooiste beeldje uit, uit je verzameling van beeldjes, die je op je kamer hebt staan. Dat heb ik vorig jaar ook gedaan. Dan zet je dat beeldje in het gras, bij het huisje waar we vakantie houden. En dan gaan we samen onze beeldjes versieren met bloemen. Dat is romantisch. Pas dan kan onze vakantie écht beginnen."

"Goed. Ik neem een beeldje mee."

Concept boekomslag en eerste bladzijdes

BEELDEN IN HET GRAS

Verhalen over een jeugd in de jaren 70



Ester van Steekelenburg





Colofon --> nog schrijven

Opgedragen aan de kinderen van de kinderopvang, op alle negen scholen van Kits Primair in de gemeente Midden-Drenthe.

Voor onze ouders en onze leerkrachten van de Theresia van Avila School te Kwintsheul, die ons de ruimte gaven om de 'kinderen van de jaren 70' te zijn


Lieve vriendin,

"Als ik van je houden mag

wacht dan de dag

dat je leven wordt uitgerold

zoals de gymmmat

in jouw jeugd

en - bladzijde voor bladzijde - 

het gewicht zal dragen

dat zo trouw

in voetsporen

gegrift staat"

E* 

--> Het idee voor 'Beelden in het gras' is ontstaan tijdens een logeerweekend in Maastricht. Twee vriendinnen (beiden 57 jaar oud) blikten met elkaar terug op hun jeugd in de jaren 70. Hun herinneringen bleken nog vers in het geheugen te liggen. Dat leidde tot de vierde boekpublicatie van Ester: een verhalenbundel over haar jeugd in de jaren 70. Net zoals in de vorige publicaties speelt ook hier haar alter-ego Jennifer de hoofdrol. Deze keer in de avonturen die ze samen met haar vriendinnen Maud en Sabine beleeft. Hoewel de verhalen geschreven zijn in de fictieve vorm, zijn ze grotendeels gebaseerd op werkelijke, intens pure jeugdherinneringen. De verhalen zijn speciaal geschreven voor kinderen in de basisschool-leeftijd. Ook leuk voor (groot)ouders, om voor te lezen en samen herinneringen op te halen!  

--> Info over auteur toevoegen

--> Nadenken over omslagfoto en profielfoto auteur