zaterdag 25 oktober 2025

Proloog

Het kan irritant zijn als de telefoon in de gang hangt. Want dan kan iedereen in huis horen wat je allemaal zegt tegen de persoon aan de andere kant van de lijn. Toen wij heel klein waren, lagen we altijd vroeg op bed. Mama vertelt dat wij weleens wakker werden, omdat papa dan te hard aan het praten was, als hij met iemand telefoneerde. We hadden toen een zwarte bakelieten telefoon in de gang hangen. 


Papa is tuinder, en moet vaak belangrijke dingen regelen als hij in huis is. Dus dan praat hij ook weleens hard. 

Het was wel een hele vooruitgang, toen we een nieuwe telefoon kregen. Die is grijs en die staat nu gewoon in de woonkamer. Mijn vriendinnen heten Maud en Sabine. Als ik één van hun wil bellen, dan kies ik met de draaischijf de vier cijfers van hun telefoonnummer. Een telefoonnummer van vier cijfers is wel makkelijk te onthouden.

Vandaag verwacht ik een telefoontje van Maud. Mama heeft gezegd dat ze mij zou bellen. Ja, nu gaat de telefoon. Mama neemt op. Aan de andere kant van de lijn vraagt Maud of Jennifer ook thuis is. Dat ben ik dus: Jennifer.  

"Ja hoor, een momentje. Ik roep haar even."

Bij ons thuis zeggen we altijd 'een momentje', als we iemand moeten roepen om aan de telefoon te komen. Bij Maud thuis zeggen ze 'een ogenblikje'. Dat is ongeveer hetzelfde als 'een momentje´, maar het klinkt een stuk netter. Ik vind het altijd leuk als Maud dat zegt. Maar het zou wel een beetje raar zijn, als ik ineens ook 'ogenblikje' zou zeggen. 

Ik loop gauw naar de telefoon, want ik ben benieuwd wat Maud te melden heeft. Ze klinkt blij, aan de andere kant van de lijn. 

"Hoi Jennifer, heeft je moeder al verteld over de vakantie?"

"Nee, ik weet nog nergens van."

"Nou, het is echt heel leuk. Want je weet toch nog wel dat wij vorig jaar naar Drenthe op vakantie zijn geweest?"

"Ja, dat vonden jullie zo leuk. Dat was toch bij dat meer met die mooie naam? Dat je zei dat je er ook een keertje met mij naartoe wilde?"

"Ja precies. Nou. Jij gaat deze zomer ook naar dat meer!"

"Echt waar? Mag ik met jullie mee op vakantie?"

"Niet alleen jij. Het hele gezin! Jouw ouders, mijn ouders en alle kinderen." 

"Echt!? Waarom heeft mama dat dan nog niet verteld?"

"Omdat ze het leuk vond als ik het aan jou zou vertellen."

"Gaan we dan meteen naar dat meer?"

"Ja, natuurlijk. En we gaan ook fietsen huren. Want papa zegt dat je in Drenthe mooi kan fietsen. Bij ons in het Westland is alles volgebouwd met kassen. Dat heb je in Drenthe helemaal niet. Daar zijn weilanden met koeien en korenvelden en heidegebieden."

"Nou, dat wil ik weleens zien. Maar ik wil eerst naar dat meer. Hoe heette dat ook alweer? Zoals de hemel, zo mooi. Dat vertelde jij. Zo mooi als de hemel."

"Ja precies. Dat meer heet 'Het Nije Himmelriek'. Dat zegt mama. Maar je moet wel een beeldje meenemen."

"Een beeldje?"

"Ja. Kies het mooiste beeldje uit, uit je verzameling van beeldjes, die je op je kamer hebt staan. Dat heb ik vorig jaar ook gedaan. Dan zet je dat beeldje in het gras, bij het huisje waar we vakantie houden. En dan gaan we samen onze beeldjes versieren met bloemen. Dat is romantisch. Pas dan kan onze vakantie écht beginnen."

"Goed. Ik neem een beeldje mee."

Geen opmerkingen:

Een reactie posten